Dirigeren – Over de kop sturen
Inleiding
Over-de-kop sturen (ook wel “back” of “over de kop” genoemd) is een gevorderd onderdeel in het africhten en dirigeren van jachthonden. We willen dat de hond, terwijl hij naar jou toe kijkt en op afstand zit, op aangeven van jou (doormiddel van commando en/of handgebaar) van je af loopt en in een rechte lijn achteruitgaat. Dit is vanuit zijn perspectief vooruit.
Commando:
Er zijn een aantal mogelijke commando’s om hiervoor te gebruiken. Ikzelf geef de voorkeur aan [Vooruit], maar [Back], [Verder], [Achter] of [over de kop] worden ook wel gebruikt.
Er wordt hier altijd een handgebaar bij gebruikt. Dit kan met één gestrekte armen of met beide armen gestrekt. Beide handen omhoog (ter hoogte van borstkast), palmen naar voren, Eerst handen omhoog en dan duwend naar voren/omhoog. Dit is visueel duidelijk en staat los van links/rechts sturen (waar vaak één hand gebruikt wordt). Zorg dat je dit gebaar consequent koppelt aan het commando “Vooruit” of “Back”, en gebruik geen andere gebaren voor andere richtingen die erop lijken.

Voorwaarden:
Voor je aan over de kop sturen begint, moet je je hond betrouwbaar kunnen laten zitten op fluitsignaal en naar links/rechts kunnen sturen. Zorg ook dat hij begrijpt wat “vooruit” betekent. De hond moet kunnen en blijven zitten op commando, dus ook als je daarna wegloopt. De hond moet heel graag willen apporteren.
Eerste stap:
Zet de hond voor je neer in zit positie waarbij hij naar jou kijkt. Laat de hond zo zitten en laat zien dat je achter hem een dummy neerlegt of neer gooit. Begin met 2-3 meter afstand. Steek nu je arm(en) recht omhoog en beweeg deze tijdens het duidelijk geven van het commando [Vooruit] gestrekt naar de hond toe, de hand als ware van je weg drukken. Als de hond graag apporteert, zal hij zich omdraaien en de dummy ophalen. Beloon dit direct. Het gaat om het vooruitsturen van de hond.
Herhaal dit enige keren, maar zoals elke oefening niet te vaak.
Vervolg stap (Afstand vergroten):
Als de hond begint te begrijpen wat je met het over de kop sturen bedoel, dan kun je langzaam de afstanden gaan vergroten. Ga iets verder van de hond afstaan als je het commando [Vooruit] geeft i.c.m. met het handgebaar.
Verder kun je de afstand tot de dummy vergroten. Leg de dummy verder van de hond vandaan. Een rechte lijn naar achteren gaan is belangrijk om goed te dirigeren. Maak daarom (zeker in het begin) gebruik van natuurlijk lijnen. Op een (bos)pad of andere (liefst natuurlijke) scheidingen, waardoor de hond eigenlijk alleen maar in een rechte lijn van je af kan gaan. Begin dus niet in een open veld. Herhaal dit tot hij het commando wat je gegeven hebt goed snapt.

Vervolg stap (vertrouwen)
Herhaal de vorige oefening, maar dan zonder dat de hond gezien heeft dat er een dummy ligt. Dus leg eerst de dummy weg, en loop dan pas met je hond naar de startpositie vanwaar je hem wil sturen. Ik noem dit ‘Blind’ sturen. Gebruik wel een herkenbare plek (bijvoorbeeld bij een paal of struik) dit helpt bij het vertrouwen op het commando.

Maak hierbij de afstand tot de dummy niet te groot, de afstand kun je hierbij pas vergroten als de hond ‘altijd’ op het commando netjes in een rechte lijn naar achteren gaat. Beloon (met je stem) direct zodra je hond in een rechte lijn naar achteren gaat, niet pas als hij met de dummy terugkomt. Mocht het blind sturen lastig zijn, dan kun je gebruik maken van markeerpaaltjes, vlaggetje o.i.d. Hierbij leg je de dummy naast een voor de hond makkelijk herkenbaar punt. Gebruik daarvoor dan wel zoveel mogelijk hetzelfde soort paaltje of evt. vlaggetje. Je kunt een pad, paaltje of lint gebruiken om een rechte lijn visueel te helpen bij het aanleren. Later bouw je deze hulpjes af
Inprenten/conditioneren:
Met het blind sturen moet de hond vertrouwen krijgen of eigenlijk hebben, dat als jij hem naar achteren stuurt, dat daar dan iets is te halen.
Het blind sturen kun je vervolgens oefenen tijdens elke wandeling, waarbij je onderweg een dummy laat liggen die hij later weer kan ophalen.
Heb je veel geoefend met paaltjes of vlaggetjes, gebruik dan natuurlijke markeerpunten in het terrein, zoals een molshoop o.i.d. als visueel middel om richting vast te blijven. Let bij het ‘over de kop sturen’ dus op dat de hond altijd in een rechte lijn van jou af moet gaan.

Afsluiten:
Houd de sessies kort en eindig positief. Oefen als het goed gaat op verschillende lokaties en met verschillende windrichtingen. Begin op rustige plekken, verhoog geleidelijk afleiding. Begin altijd met korte afstanden van 2 tot 5 meter, zowel tussen jou en de hond en tussen de hond en de dummy. Bouw de afstand langzaam verder op naar 20–50 meter.
Deze oefening kun je vervolgens combineren met de ‘Stopfluit’ als de hond dat ook al goed onder de knie heeft en begrijpt. Stuur de hond op een normale manier vooruit of roep hem op een grotere afstand naar je toe en stop hem op afstand. Daarna stuur je hem ‘over de kop’ in een rechte lijn verder.

